Stel je het volgende eens voor: de eerst volgende keer dat jij een les geeft, dan ben ik erbij. Niet in de klas, maar ik sta buiten bij de deur. Als jij klaar bent met jouw les en de leerlingen één voor één naar buiten komen, ben ik de eerste die zij zien. Vervolgens spreek ik hen aan en stel ze twee vragen: 1. Wat vond je van de les? 2. Waar ging de les over?

Het antwoord op de eerste vraag beschrijft altijd de emotie. De leerling zal iets zeggen in de trant van: Ja leuk, goede les, of Mmmm, redelijk. Ik heb niet veel nieuws geleerd. Welk antwoord zij ook geven, je hebt iets gedaan met hun gevoel. De amygdala (dit zijn de amandelvormige klomp neuronen in de hersenen die ook wel ons emotionele brein wordt genoemd) van je publiek hebben door jouw les een toestand gekregen. Deze toestand bepaalt hoe je beoordeeld wordt als onderwijzer en belangrijker nog: de bereidheid om iets met jouw verhaal te gaan doen, laten of nooit meer vergeten.

Laat ik dit moment eens aangrijpen om een belangrijk punt onder de aandacht te brengen. Ik wil je graag bewust maken van het feit dat je goed moet nadenken voordat je je mond open doet. Wat wil je bereiken als je besluit de aandacht op je te richten? Waarom zet je jezelf centraal en dwing je anderen naar jou te luisteren?

Alles wat je zegt geeft sturing aan de denkbeelden bij de ander. Met andere woorden, jij bepaalt in belangrijke mate de mentale creatie* bij jouw luisteraars. Hun uiteindelijke fysieke creatie, het gedrag wat hieruit voortkomt, hangt dus in grote mate af van jouw verhaal.

*Mentale creatie: Je hebt mentale creatie en fysieke creatie. En de kwaliteit van de fysieke creatie is een lineair gevolg van de mentale creatie. Denk maar aan het bouwen van een huis. Je hebt eerst de ontwerpfase met tekeningen, maquettes en computeranimaties. Daarna komt pas het graven, stenen stapelen en timmeren. Letterlijk alle processen die iets creëren hebben deze volgorde.

Spreek dus niet zomaar, maar spreek met voorbedachten rade!

Zorg dat je duidelijk voor ogen hebt wat er moet gebeuren wanneer jij klaar bent met spreken. Praat slechts met een doel. De enige momenten waar doelloos communiceren gerechtvaardigd is, zijn: lekker theeleuten, praatje-biertje-bitterballetje en cabaret. Voor de overige gevallen geldt, als er geen reden te verzinnen is in de richting van groei, verbetering of herstel: Shut up.

Terug naar het interview buiten jouw klas. Ik heb de eerste vraag gesteld en gehoord wat het gevoel van jouw luisteraars was na jouw les. Nu de tweede vraag: Waar ging het over? Let goed op wat er nu gaat gebeuren. Na deze vraag krijg je gemiddeld vier àvijf zinnetjes tekst:

  1. Euh, het ging over hoofdsteden in Europa
  2. We hebben een weekplanning/groepsplan gemaakt
  3. Euh, de juf liet een youtube-video zien van een leuk filmpje
  4. Ik ben er achter gekomen waar de Himalaya ligt
  5. O ja, we hebben het ook nog gehad over vulkanen

Luister nu aandachtig, jij hebt zojuist een uur staan lesgeven. Sommige leraren zijn in staat in zo’n uur minstens dertig powerpointpagina’s erdoorheen te werken. En één minuut later is jouw verhaal al gereduceerd tot vier a vijf regels tekst. Direct bij de deurknop van de zaal is het grootste gedeelte van jouw tekst teruggebracht tot een emotie en een bijzonder magere samenvatting van jouw optreden van zestig minuten. Wanneer ik de leerling niet slechts twee korte vragen stel, maar hem een gronding interview laat ondergaan, zou ik misschien twee pagina’s informatie uit de leerling kunnen trekken. Maar dat is dan direct daarna. Stel je eens voor wat er nog uit komt één week na dato. Dan is jouw verhaal al verdampt tot het niveau: Euh, was dat dat niet die les waar we iets van aardrijkskunde hebben behandeld waarbij de juf bijna na elke zin moest hoesten omdat ze ziek was?

Dit fenomeen heet sprekerspijn.

Mensen blijken maar 5-plus-of-min-2 dingen te kunnen onthouden. Maximaal zeven als de persoon is uitgeslapen, enorm fan van jou of het onderwerp is, gemotiveerd in jouw les zit of de inhoud van jouw verhaal nodig heeft om te overleven. Gemiddeld 4 a 5 dingen als iemand gewoon fris en normaal gedreven is omdat jouw presentatie wellicht aansluit op zijn of haar interesses. Drie of minder als jouw leerlingen niet echt zelf voor jouw onderwerp gekozen hebben. Deze cijfers hebben nog niet eens veel te maken met de kwaliteit van de spreker. De hersenen van de gemiddelde toehoorder kunnen gewoonweg niet meer aan. Zolang je publiek niet getraind is in geheugentechnieken, tijdens jouw verhaal niet driftig mindmapt, of alles op de telefoon opneemt en thuis herhaaldelijk bekijkt, heeft jouw les simpelweg heel weinig effect.

Op 21 november a.s. vertel ik hoe je er voor kunt zorgen dat jouw lesstof wel (langer) beklijft en welke technieken jij daarvoor kan toepassen. Benieuwd?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *